En ik moest me er als Dutch expert natuurlijk even mee bemoeien: 'Nee joh, dat is zalmonella!'
Volgens de Dikke Van Dale is – met zevenendertig letters - het langste Nederlandse woord: 'zandzeepsodemineraalwatersteenstralen'. Wilt u het korter formuleren, dan is ‘opsodemieteren’ een prima alternatief. Dat u het even weet.
'Wapenstilstandsonderhandelingen' en 'arbeidsongeschiktheidsverzekering' zijn ook goed voor een hoge score. De DVD is kennelijk niet bekend met de favoriet van mijn opa: 'hottentottententententoonstelling'. De beste man was gek op taalspelletjes - inderdaad, de vijg valt niet ver van het paard; deze zelfbedachte variant op ‘de appel valt niet ver van de boom’ behoort ook tot de erfenis.
Hoe vaak we niet samen zaten te oefenen op de tongbreker ‘de kat krabt de krullen van de trap’... toch leuk als je dat heel snel vijftien keer achter elkaar kunt herhalen. Dan geeft het niks als je niet zo goed kunt rummikuppen* en stoepranden**.
*'Ze zaten te rummikubben' of 'Ze zaten te rummikuppen'? Rummikuppen is juist, alhoewel het spel Rummikub heet, met een b.
De reden voor de verandering b-p ligt in de uitspraak. De schrijfwijze rummikubben zou impliceren dat het woord uitgesproken moet worden met een b-klank, en dat komt niet overeen met de praktijk; het werkwoord wordt uitgesproken met een p-klank: [rummiekuppen]. De uitspraak is in dit geval dus bepalend voor de schrijfwijze.
Dit verschijnsel doet zich bij meer woorden voor, waaronder aerobiccen, autopetten, bijdehante, boude/boute, Lelystatter en relaxed/relaxte. Niet overal heeft de uitspraak de overhand in de spelling: zo wordt de c soms veranderd in een k als de uitgang -en erachter komt te staan (stuken, trukendoos), maar niet als die k-klank verdubbeld moet worden (aerobiccen, montignaccen).
** Sinds het bekende spelletje wordt ‘stoepranden’ ook gebruikt als werkwoord.
Bron: Onze Taal en Taalpost
]]>
Op een drukke zaterdag valt het nog niet mee om in hartje centrum een parkeerplek te bemachtigen, dus groot was onze tevredenheid toen we er redelijk snel eentje ontwaarden. Deze tevredenheid sloeg om in opgetogenheid bij het zien van het bord met ‘Betaald parkeren tot zaterdag’. Aardig volkje toch, die Belgen, met het uitgespaarde geld zouden we een paar keer extra ‘ne palm’ tegen elkaar klinken. Op hun gezondheid! Een Gentse local ving onze enthousiaste lofzang op en was zo vriendelijk (zie je wel) om ons ter plekke te onderwijzen in de Belgische taal.
‘Tot’ bleek het Belgische equivalent van ons ‘tot en met’. Ik ben benieuwd of de parkeerwachter door deze uitleg te vermurwen was geweest. Wij kozen toch maar eieren voor ons geld en deponeerden braaf enkele euromunten in de meter. Er zo eens over nadenkend: andersom geldt de verwarring weer niet.
Helaas. Anders zou ik prompt gaan oefenen op mijn zachte G plus grote onschuldige ogen. Die combinatie lijkt me het beste wapen tegen het bonnenboekje van de voorbij marcherende doorgewinterde Amsterdamse flikken. En als kers op de praline, een spijtig ‘amai...'
]]>Het was of we over de drempel zo een toneeldecor instapten. De andere helft van mijn gezelschap dook gezwind - en door mij onopgemerkt - het toilet in, waarop ik een welluidende ‘O Brother, Where Art Thou?’ nog net kon onderdrukken.
Na deze Coenesque oprisping vervielen wij in verwondering over het torenhoge Fawlty Towers gehalte van deze uitspanning en naderden voorzichtig het wijnrode trevira entreegordijn, waarachter wij John Cleese in gebruikelijke ongastvrije stemming vermoedden.
We hernamen onszelf en maakten onze opwachting in dit wonderlijke etablissement, alwaar de gastvrouw sierlijke waaiers vouwde van de roze damasten servetten en de geur van oma’s appelmoes en draadjesvlees ons vanuit de keuken uitnodigend tegemoet kringelde.
Uiteraard bestelden wij geen portie bitterballen, ‘en doe er ook maar wat vlammetjes bij’. Neen, in het geheel niet! Wij spraken van bittergarnituur en het nuttigen van kostelijke spijzen. Het heeft dan ook voortreffelijk gesmaakt.
]]>Er komt ineens een arsenaal aan invectieven in me op, maar die zal ik u besparen. Paars was al nooit zo’n beste kleur. Groen blijkbaar ook niet, om via Hilversum maar weer terug te keren naar Den Haag. Wat een puinhoop.
]]>Jammer, want dat zou ik graag doen over het volgende nieuwtje: ‘hun als onderwerp in een zin is niet meer uit te roeien’. Vier Nijmeegse taalwetenschappers begrijpen wel dat 'hun' zo makkelijk in de mond ligt. Volgens hen (zeg daar dan ook maar gelijk hunnie, of zullie) is het gebruik slim en efficiënt, omdat toehoorders meteen begrijpen dat het over mensen gaat, als 'hun' wordt gebruikt. 'Ze' of 'zij' kan ook naar voorwerpen verwijzen.
Voor Wesley is het in elk geval goed nieuws en ik ga nog maar eens oefenen op een indrukwekkender frons. Maar wat zeik ik eigenlijk, hun hebben wel mijn stukje gered!
]]>