Tekst

Deprecated: Function eregi() is deprecated in /public/sites/www.sterkinteksten.nl/administrator/components/com_sh404sef/sh404sef.class.php on line 3039

Deprecated: Function eregi() is deprecated in /public/sites/www.sterkinteksten.nl/administrator/components/com_sh404sef/sh404sef.class.php on line 3040

Schrijftips foutloos vervoegen

Weet u het nog? De regels voor het  vervoegen van regelmatige – sterke of zwakke - en onregelmatige werkwoorden.

Gebruik de truc en maak nooit meer fouten met – d, -t en –dt. Neem als voorbeeld de werkwoorden ‘rennen’ en ‘schaatsen’:

ik ren    - rende                ik schaats    - schaatste
jij rent  - ren jij - rende            jij schaatst  - schaats jij – schaatste
u rent    - rende                u schaatst – schaatste  
hij/zij/het rent    - rende            hij/zij/het schaatst    - schaatste
wij rennen    - renden        wij schaatsen    - schaatsten
jullie rennen    - renden        jullie schaatsen    - schaatsten
zij rennen    - renden        zij schaatsen    - schaatsten
ik heb gerend                 ik heb geschaatst    

Neem als basis de stam: het hele werkwoord minus ‘en’

Schaatsen – en vormt de stam ‘schaats’. Bij rennen ook nog de extra n eraf in verband met de dubbele medeklinker aan het eind van de stam. De stam is dus nooit ‘renn’ maar ‘ren’.
•    Tegenwoordige tijd enkelvoud is stam plus -t (dus nooit een -d). Geen toevoeging bij ‘ik’ en als ‘jij’ achter het werkwoord staat (ren jij).
•    Tegenwoordige tijd meervoud is stam plus -en (plus een extra –n als de stam eindigt op een dubbele medeklinker).
•     Verleden tijd is stam plus -te(n) of -de(n).
•    Voltooide tijd is stam plus ge- plus -d of -t.

Ezelsbruggetje voor voltooide tijd: gerend of gerent?

Het voltooid deelwoord: ‘ik heb gerend’ en ‘ik heb geschaatst’.  Wanneer een –d en wanneer een –t?
  • Gebruik ’t kofschip (of ’t fokschaap)
Als de stam (!) eindigt op een medeklinker uit dat woord (t, k, f, s, ch of p) dan eindigt het voltooid deelwoord op een –t en in alle andere gevallen op een -d.

  • Let op: ga altijd uit van de stam, want u kunt een ‘vermomde’ –v of –f  of  –s en –z treffen.
Voorbeeld: ik heb geverfd. Het hele werkwoord is verven, dus de stam eindigt op een –v en niet op een –f.  De –v zit niet in ’t kofschip dus het voltooid deelwoord moet met een –d.
Hij antwoorde of hij antwoordde? Antwoord hij?

  • Het is even opletten met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een –d of een – t zoals antwoorden en lusten. Neem dan rennen als ezelsbruggetje:
Hij .... nu hetzelfde als hij gisteren .... maar .... jij nu hetzelfde als je morgen ....?
Hij rent nu hetzelfde als hij gisteren rende, maar ren jij nu hetzelfde als je morgen rent?

Dus:  Hij antwoordt nu hetzelfde als hij gisteren antwoordde, maar antwoord jij nu hetzelfde als je morgen antwoordt?

Vanmiddag ...... jullie wel die zak chips, terwijl jullie nu ineens niets meer .......
Vanmiddag schaatsten jullie wel die zak chips en nu ineens schaatsen jullie niets meer.

Dus: Vanmiddag lustten jullie wel die zak chips en nu ineens lusten jullie niets meer.

Let op: Werkwoorden die beginnen met ver-, her-, be-, ont- en ge- krijgen in de voltooide tijd geen ge voor de stam, zoals hier bij ‘gebeuren’:

Er is niet vaak iets leuks gebeurd (voltooid deelwoord) bij ons op kantoor, maar we doen ons best zodat er straks toch iets gebeurt (persoonsvorm).

Het helpt om bij het vervoegen ‘rennen’ of ‘schaatsen’ te gebruiken. Rennen gebruik je als het te vervoegen werkwoord geen stam heeft die eindigt op ’t kofschip (net als de –n van rennen). Kies schaatsen als de stam wel eindigt op t, k, f, s, ch of p.

Let op: Een voltooid deelwoord kan gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord (zegt iets over een zelfstandig naamwoord). Voorbeeld: in ‘de gekleurde mening’ is ‘gekleurde’ een bijvoeglijk gebruikte vorm van kleuren.

Een werkwoordsvorm die fungeert als bijvoeglijk naamwoord schrijven we zo kort mogelijk: hoogstens een -e erbij!
Dit gaat vaak mis bij werkwoorden die in de verleden tijd dubbele klinkers en medeklinkers hebben, zoals bij het werkwoord ‘begroten’:

Hij begrootte het bedrag voor de verhuizing.
Maar: Het begrote bedrag voor de verhuizing is 5000 euro.
Begrote zegt iets over bedrag en is daarom een bijvoeglijk naamwoord.

Opgefrist? (inderdaad, een gevalletje ’t kofschip) Verder oefenen of een echte cursus volgen kan natuurlijk ook. Linkje: http://www.taalonline.nl/

Sterk in Teksten verzorgt uw foutloze teksten. Een tekstopdracht? Sterk in Teksten verzorgt het snel en vakkundig voor u. Mail of bel meteen.





menu


Warning: Parameter 1 to modMainMenuHelper::buildXML() expected to be a reference, value given in /public/sites/www.sterkinteksten.nl/libraries/joomla/cache/handler/callback.php on line 99